Wil jij rock-’n-roll leren spelen? Perfect, want dit is de Chordify School of Rock. In deze blog laten we jou zien hoe een rock-’n-rollnummer is opgebouwd. Ook gaan we een aantal simpele trucs bespreken met betrekking tot powerakkoorden. En als laatste gaan we het hebben over een makkelijk manier om te soleren gebaseerd op de songstructuur.

Als je deze kennis eenmaal geabsorbeerd hebt ben je klaar om als Chuck Berry over de tafel te springen en dansen. Zelfs je grootmoeder zal niet stil kunnen blijven zitten. Dus ga ervoor, en laat je leiden door het ritme.

De kern van het verhaal

De blues heeft een grote invloed op rock-’n-roll gehad en ze delen min of meer dezelfde uit drie akkoorden bestaande songstructuur. Het maakt niet uit welke akkoorden je speelt, ze krijgen allemaal een rol toebedeelt: er is een tonica (T), een subdominant (S) en een dominant (D). Hieronder leggen we deze rollen verder uit. Ter informatie: er komt veel muziektheoretisch jargon bij kijken.

We zullen alle nieuwe termen uitleggen, zodat je ze kan opnemen in je vocabulaire. Raak dus niet getrest als je het even niet begrijpt; zelfs door de wol geverfde rocksterren zijn niet altijd op de hoogte van de theorie. De kern van het verhaal is dat rock-’n-roll een formule volgt en deze formule geeft je toegang tot het hele rockuniversum.

Rock-’n-rollsongstructuur

Laten we ten eerste de verschillende rollen van de akkoorden verder definiëren. Te beginnen bij de tonica (T), of het grondtoonakkoord: dit is ons ‘huis’, ons beginpunt. Deze bepaalt de toonsoort, vandaar dat we deze aanduiden met een Romeinse I.

De tonica wordt opgevolgd door het subdominantakkoord: dit is de route die we nemen als we ons huis verlaten. Als we dit akkoord spelen, voelen we niet direct de drang om terug te keren naar de tonica. We geven dit akkoord met een Romeinse IV aan.

Als laatste hebben we te maken met een dominantakkoord (D): tijdens onze wandeling herkennen we een weg die over de heuvel naar ons huis leidt. Dit gevoel betekent dat een rock-’n-rollnummer bij het dominantakkoord is aangekomen. Het kenmerkt zich door een sterk gevoel terug te willen keren naar de tonica. De dominant wijzen we aan met een V.

Je vraagt je misschien af wat dit voor akkoorden zijn. Dat ligt wat ingewikkeld. Maar om je vraag te beantwoorden: dit zijn majeurseptiemakkoorden. Maak je niet druk als je niet weet wat septiemakkoorden zijn. Er is een makkelijke manier om ze als drieklanken te spelen. Nog beter: in dit artikel laten we je ook zie hoe je akkoorden kunt vervangen door zogenaamde powerakkoorden — dat maakt het nog makkelijker.

Powerakkoorden

Het grote voordeel van powerakkoorden is dat ze universeel zijn. Daarmee bedoelen we dat, of een akkoord nu majeur of mineur, we deze altijd door een powerakkoord kunnen vervangen. Zoals je weet zijn er ‘blije’, ‘levendige’ akkoorden — majeurakkoorden — en ‘droevige’, ‘melancholische’ akkoorden — mineurakkoorden.

Interessant is dat het ‘gevoel’ van een akkoord afhangt van maar één toon! Ja, je leest het goed, slechts één toon is verantwoordelijk voor het mineur- of majeurgeluid. Dus, wat als we die toon verwijderen? Dan houden we een universele vorm over die op beide akkoordtypes van toepassing is: een powerakkoord is nog mineur nog majeur en het bestaat alleen uit een grondtoon en een kwint. Je speelt dus maar twee verschillende noten!

Laten het powerakkoord van wat dichterbij bekijken. Op de gitaar heb je voor dit krachtige akkoord alleen de vijfde en de zesde snaar nodig. Bekijk de akkoorddiagrammen hieronder maar. Je ziet een greep die je op de gehele hals kan inzetten. Het eerste plaatje laat een A-powerakkoord zien en de tweede een D-powerakkoord.

A-powerakkoord (A5) en D-powerakkoord (D5)

Beide akkoorden bestaan uit slechts drie noten, zoals je ziet. (Vergeet trouwens niet dat je de rest van de snaren niet aanslaat). Verder wordt de grondtoon twee keer gespeeld, alleen liggen ze een octaaf uit elkaar. Bij een powerakkoord met de grondtoon op de zesde snaar, vind je dezelfde noot op de vierde snaar.

Bij een powerakkoord met de grondtoon op de vijfde snaar vind je dezelfde noot op de derde snaar. De tweede noot is de kwint. Deze noot voegt de ‘power’ toe aan het akkoord en zorgt voor het echte rockgevoel. De kwint is de vijfde trap in de toonladder, daarom wordt een powerakkoord ook wel aangegeven met een 5 achter het akkoord, bijvoorbeeld: A5.

Basis rock-’n-rollakkoordprogressie

Zoals we net gezien hebben zijn er drie akkoorden in de rock-’n-roll: een tonica akkoord, een subdominant akkoord en een dominant akkoord. Het goede nieuws is dat deze akkoorden altijd de relatieve posities van deze akkoorden ten opzichte van het fretboard niet veranderen. We hoeven daarom alleen maar op te letten op welke snaar de tonica zich bevindt.

In de plaatjes hieronder zie je de posities van de verschillende akkoordtypes. Zoals gezegd is de afstand tussen de posities relatief aan de tonica. Dat betekent, als de tonica één fret opschuift dan schuift alles één fret op; speelde je eerst op fret vijf en zeven, speel je nu op fret zes en acht. Let op: hiermee verander je ook de grondtoon van je compositie.

Tonica, subdominant en dominant posities

Nu je weet hoe je een tonica (T), een subdominant (S) en een dominant (D) kunt vinden, en bekend bent met powerakkoorden, is het tijd om een typische rock-’n-rollprogressie te bekijken:

Rock-’n-rollakkoordprogressie

Het %-symbool in het plaatje hierboven betekent dat je hetzelfde akkoord speelt als de maat daarvoor. Kies een toonsoort voor je rock-’n-rollnummer, vind de positie van de tonica — de grondtoon op de zesde of de vijfde snaar — en begin te jammen. Als je nog meer als een echte rocker wilt klinken, blijf dan doorlezen. We gaan je uitleggen hoe je met één trucje een echte rock-’n-rollriff kunt maken.

School of rock tabs voor het spelen van een rock-’n-rollriff

Er is een standaard riff dat bijna op elke klassieke rock-’n-rollopname is terug te horen. Deze is gebaseerd op de powerakkoorden die we net hebben besproken. Nogmaals, we maken onderscheid tussen akkoorden gespeeld vanaf de vijfde snaar en akkoorden gespeeld vanaf de zesde snaar. Hieronder vind je de noten en tabs voor het A-powerakkoord (zesde snaar) en het D-powerakkoord (vijfde snaar) op gitaar.

Klassieke rock-’n-rollriff

De sleutel van deze riff is dat we de vijfde noot en zesde noot afwisselen terwijl we het akkoord spelen. Bij de akkoorden die gespeeld worden vanaf de zesde snaar wisselen we de vijfde en zesde noot op de vijfde snaar — dit is het geval bij het A5-akkoord in de afbeelding hierboven.

Als we akkoorden vanaf de vijfde snaar spelen wisselen we de vijfde en zesde noot af op de vierde snaar, zoals je hierboven ziet bij de D5. Deze riffs worden over het algemeen met een plectrum gespeeld, met een aanslag naar beneden — in het plaatje aangegeven met de pijlen die naar beneden wijzen.

Hoe je met elk rock-’n-rollnummer mee kan spelen

Je hebt al heel veel geleerd over rock-’n-roll — de standaardakkoorden, de riffs en powerakkoorden. Het leuke is dat je nu eigenlijk met elk rock-’n-rollnummer kunt meespelen. Klinkt goed, of niet? … en dit is het moment waarop je je afvraagt: “Waar heb je het over? Hoe kan ik nu ineens overal meespelen?”

Heb geduld, hier is een methode voor en die gaan we nu bespreken. En omdat je nog steeds aan het lezen bent nemen we aan de je meer wilt weten. Zo zien we het graag. Oké, daar gaan we dan!

 Je kent de akkoordtypes nog: tonica (T), subdominant (S) en dominant (D). Weet je nog dat we de tonica het ‘huis’ noemden? Muzikaal gezien betekent dat, dat zodra we dat akkoord horen, we daar willen blijven. Het is de stabiele factor van een nummer. Probeer nu in je favoriete rock-’n-rollnummer het moment te vinden in het geluid wanneer je dat thuisgevoel hoort, zonder spanning.

Laat je niet uit het veld slaan, want het kan in het begin moeilijk zijn om het juiste akkoord te vinden. Maar net als met alle vaardigheden: oefening baart kunst. Zodra je dat ‘thuisgevoel’ denkt te horen, probeer je de grondtoon van het ‘thuisakkoord’ daarbij te vinden. Dit doe je door op en neer gaan over de vijfde en zede snaar en goed te luisteren. Zodra je de grondtoon gevonden hebt ben je binnen!

Als je de tonica gevonden hebt, op de vijfde of zesde snaar, kun je de trucs over songstructuur uit de vorige sectie toepassen. De volgende stap is het vinden van de subdominant (S) en dominant (D) waar we het hierboven over hebben gehad. Als je alle drie de akkoorden gevonden hebt ben je klaar om te gaan jammen.

Hoe kun je improviseren op rock-’n-roll?

Oké, misschien zit je inmiddels al wel een beetje te vol met nieuw informatie, maar we hebben nog één ding te vertellen wat zeker de moeite waard is. Beloofd! Want nog cooler dan het op gehoor vinden van de tonica is het kunnen improviseren op het akkoordenschema met een solo of een basloopje. Klinkt goed? Dat dachten we al.  

Om te kunnen improviseren is het wel absoluut noodzakelijk dat je de tonica van het nummer kent. Als je deze eenmaal hebt kun je op basis daarop de (vijf) noten voor je improvisatie vaststellen. Deze noten vormen de verzameling tonen waaruit je kunt putten voor je improvisaties. Laten we zeggen dat onze tonica een A is. Dan zijn de vijf noten die daarbij horen: A, C, D, E, G.

Deze noten worden een pentatonische mineurtoonladder genoemd. Maak je geen zorgen, het is niet nodig om alle mogelijke combinaties van deze noten voor alle toonsoorten te kennen. We moeten gewoon zorgen dat we de posities en patronen kennen. Afhankelijk van de beginsnaar heeft de pentatonische mineurtoonladder een bepaalde vorm en een bepaald loopje op het fretboard. Hieronder zie je twee van deze vormen, beginnend van de zesde of de vijfde snaar.

Pentatonisch mineurtoonladder

Dit zijn voorbeelden van pentatonische mineurtoonladders voor de A (zesde snaar) en de D (vijfde snaar). De ingekleurde stippen geven de positie van de grondtoon aan. Het goede nieuws is dat je deze patronen voor alle akkoorden over het hele fretboard kunt spelen — zolang je weet waar de grondtoon zich bevindt.

Bijvoorbeeld, je gaat een nummer spelen met een F-akkoord als tonica — het ‘huis’. Laten we dan kijken waar de grondtoon (F) op de vijfde snaar zit. Juist, op de zevende fret. Dan kijk je naar de posities van de grondtonen in de afbeeldingen — op de vijfde en derde snaar — en verplaats je deze hele figuur naar de zevende fret. Het loopje van de pentatonische mineurtoonladder begint dan dus niet op de vijfde maar op de zevende fret.

Nu weten we wat de tonica van een rock-’n-rollnummer is en kunnen we de loopjes die we hierboven geleerd hebben toepassen om solo’s te creëren. Zodra je de grondtoon hebt gevonden kun je alle noten van de pentatonische ladder lokaliseren en deze gebruiken om een te soleren. Dit was wel de moeite waard of niet? Akkoorden spelen is één ding, maar als je kunt improviseren wordt het pas echt leuk. Neem de tijd en probeer het zelf, happy jamming!

Similar Posts: