Eurosonic geeft ons jaarlijkse een dosis aan verse muziek. Dit jaar hadden we de mazzel om zelf ook aan het festival mee te werken, met onze eigen studio op de Vismarkt in Groningen. Waar we met verschillende artiesten hele mooie livesessies opnamen. The Howl & The Hum was daar eentje van.

Na een te gekke sessie, grepen we de kans om met frontman Sam Griffiths en gitarist Conor Hirons te praten over hun muzikale visie, akkoorden en effectpedalen.

Hey guys, wat een te gekke sessie net!

Sam: Thanks!

Conor: Wordt dit een geschreven interview? Dan kunnen we namelijk alle domme shit die we vertellen er achteraf nog uithalen.

No worries, je krijgt het voor publicatie nog te lezen, dus spreek uit je hart en dan maken we er later wel iets moois van.

Conor: Te gek!

Dus laten we maar gelijk beginnen. Hoe vind je Eurosonic tot nu toe?

Sam: We zijn hier net een half uurtje eigenlijk. Deze livesessie is het eerste dat we gedaan hebben, dus dit is onze enige ervaring. Maar het is heel fijn om niet meer in het busje te hoeven zitten [hij wijst naar het grijze busje achter ons]. En Groningen is een hele mooie plek waar we net al een paar keer de weg kwijt waren. Het is wel een fijne plek om te verdwalen tot nu toe. 

Conor: Gisteren reden we nog door de Eurotunnel naar Utrecht. Dat is dik 14 uur lang in een busje zitten. En vanochtend hadden we een fijne rit van twee uur hier naartoe.

Veertien uur. Dat is een flinke rit.

Sam: Ja, je overleeft op McDonald’s en fastfood, niet heel fijn. Maar vandaag hebben we ons voorgenomen om beter te eten en ons op een gezondere manier te vermaken. Avocado en eieren zouden wel nice zijn.

“Heel veel nummers beginnen als verhalen.”

Jullie hebben hele krachtige en melodische nummers. Kun je uitweiden over je schrijfproces?

Sam: Ik schrijf de meeste teksten en dan bouwen we van daaruit met z’n vieren het liedje. Dus het begint een beetje op een singer-songwriter-achtige manier. Heel veel nummers beginnen als verhalen [hij lacht]. Korte verhalen waar ik zielig in een kamer zit. Daarna worden ze uitgewerkt tot een muzikaal element en hopelijk worden ze wat vrolijker als we met z’n vieren in een andere kamer er aan zitten te werken.

Interessant. En hoe vaak repeteren jullie samen?

Sam: Zo vaak mogelijk eigenlijk. Vorig jaar zelfs fulltime. We probeerden van 9 tot 5, van maandag tot vrijdag in de studio te zitten. Dat lukt niet altijd, want je moet ook optreden en mensen hebben af en toe een dag vrij. En na het touren moet je soms ook even herstellen. Maar we probeerden een kantooruren-ritme aan te houden.

Conor: We repeteerden veel in de aanloop naar het opnemen van het album. Nu dat klaar is, proberen we dat ritme vol te houden en bezig te gaan met nieuwe dingen. Soms heb je showcaseoptredens, zoals Eurosonic. Dan repeteren we daarvoor een beetje, maar we repeteren eigenlijk het meeste voor albumopnames.

Dus nu zit elk nummer al mokervast in je muzikale brein?

Conor: Ja, en het is niet alleen dat je de nummers keer op keer herhaalt. Maar, letterlijk, dat je ook nieuwe dingen probeert te schrijven die we kunnen toevoegen als we het album gaan opnemen. 

Sam: Het is wel leuker nu, aan de andere kant. Want het voelt nu veel meer alsof je vrije ruimte hebt. In tegenstelling tot daarvoor, toen we allemaal van die specifieke dingen moesten oefenen, waar het meeste al van geschreven was. Nu dat achter de rug is kunnen we terug naar het creatieve element: een blanco stuk papier.   

Conor: Zelfs al heeft niemand de nummers nog gehoord, dan hebben wij zoiets van: ‘Laten we nu verder gaan met album twee’.

“Voor mij is het alsof dat nummer al kinderen heeft; het is al een grootouder.”

Als je lang aan een album gewerkt hebt en het komt uit, is het dan niet raar dat de nummers nieuw zijn voor het publiek terwijl ze voor jullie al oud zijn? 

Sam: Een van de nummers op het album is als zo’n acht jaar oud. Dat is echt raar. Voor mij is het alsof dat nummer al kinderen heeft; het is al een grootouder. Het gaat dan heen en terug door de pubertijd. Er zijn nog steeds veel mensen die dat nummer nog nooit gehoord hebben, wat tof is voor mij. Dus als we het album uitbrengen, later dit jaar, zal dit nummer nieuw zijn. Dan zal het vers zijn. Dan zal het een baby zijn. Maar voor mij is het een oud persoon dat zich voordoet als baby. 

Dus, welk nummer heb je het over?

Sam: Dat nummer heet Until I Found a Rose. Die heb ik geschreven toen ik op de universiteit zat, een tijdje geleden. Het klinkt heel anders dan toen, op een goede manier. Dat wordt onze komende single trouwens; die zal over een paar maand uitgebracht worden. 

Foto door Jasper Bolderdijk

Over geluid gesproken, hoe hebben jullie het geluid van de band ontwikkeld?

Sam: Ik weet niet of ons geluid al ontwikkeld is. We veranderen ons geluid de hele tijd. We volgen de hele tijd wat we goed vinden klinken en wat het beste werkt, qua smaak. Dus recentelijk hebben we gewerkt aan wat dromerige dingen. Maar daarvoor begonnen we een beetje zoals een countryband. Eerst alles op akoestische gitaar schrijven en daarop voortborduren. 

We hebben een nummer met een heel smerig baslijntje op Godmanchester Chinese Bridge. Die heet Manea. Dat nummer is helemaal anders geworden dan toen ik het schreef. Dat laat zien dat we niet bang zijn om nummers te laten evolueren. Zelfs als het dan iets heel anders wordt dan we gedacht hadden. 

Conor: Zeker met Spotify en de manier waarop mensen nu muziek luisteren. We brengen ons eerste album uit dit jaar, maar we hebben al zeven nummers vrijgegeven. Dus de wereld heeft ons geluid al gehoord. Nu voelt ons nieuwe album meer als een tweede of derde. En het geluid ontwikkelt zich, net als bij vervolgplaten. Tegen de tijd dat je aan je derde album werkt, wordt je beter in het spelen van de nummers. Dus dan klinkt het ook anders. 

Conor, wat is het favoriete onderdeel van de apparatuur die je meeneemt op tour?  

Conor: Moet het muzikale apparatuur zijn of mag het ook iets anders zijn? 

Kan beide.

Conor: Ik houd wel van mijn spul. 

Sam: Met spul bedoelt ie geen drugs, maar letterlijk spullen. [lacht] 

Conor: Ja, ik houd van mijn pedalen enzo. Maar niet-muzikale apparatuur; mijn e-sigaret of mijn iPad. Nekkussens zijn ook heel fijn voor onderweg. 

En muzikaal gesproken, wat is dan je favoriete pedaal? 

Conor: Oh man, hoe lang mag het interview worden? Als ik eentje moet noemen; sowieso mijn delaypedaal. Het is een Strymon TimeLine en hij heeft alles. 

Sam: Het is gestoord. Het is zo’n pedaal waar zoveel knopjes op zitten dat je niet weet waar het ophoudt. Je kunt jezelf een jaar opsluiten met dat ding; zolang je je belasting maar betaalt. Het is fantastisch. 

Foto door Jasper Bolderdijk

Welke drie nummers kunnen we aan onze lezers aanraden om te spelen?

Sam: Om mee te spelen? 

Conor: Ik denk … Hall of Fame is wel leuk om mee te spelen voor het rifje. 

Sam: Of Manae. Dat is het meest riff-achtige nummer dat we hebben. Dat gaat meer de progrock kant op. Het nummer is op een riffje gebouwd die in een vreemde toonsoort staat – B modaal – die ik erg leuk vind.   

Conor: Ja, Manea is ook cool. Zeker als je bas speelt. Het is opgenomen met een elektrische bas, die door een pedaalrek gaat, die door een Moog-synthesizer gaat. 

Sam: Toen we het opnamen, waren we zoveel dingen aan het doorpluggen, dat ik de weg kwijt was. Maar uiteindelijk was ik blij verdwaalt.

Hebben jullie tips voor beginnende muzikanten? 

Conor: Speel je favoriete nummers. Blijf niet hangen in theorie en ga gewoon jammen. 

Sam: Iedereen zou zoveel nummers moeten spelen als ze kunnen. Zelfs als je geen noten en dat soort dingen kunt lezen, dan moet je gewoon proberen de nummers van je favoriete artiesten te spelen. Dat is de beste en meest organische manier om te leren. 

Conor: Tegenwoordig kun je gewoon je gitaar in een iPad pluggen en door verschillende pedalen en versterkers gaan. Ik zou zeggen, steek het snoer in je iPad en ga lekker experimenteren.

Similar Posts: